‘Mitar mitar’ als levensfilosofie: project legt Curaçaose kennis vast die nooit een naam kreeg

WILLEMSTAD – Batata én arroz. Niet kiezen tussen het een of het ander, maar beide nemen. Het alledaagse Curaçaose mitar mitar staat in een nieuw onderzoeksproject symbool voor iets groters: een manier van denken waarin verschillende werelden naast elkaar kunnen bestaan. Onderzoekers noemen dat ‘Caribische wijsheid’. Niet als vaststaande wetenschappelijke theorie, maar als poging om kennis en waarden zichtbaar te maken die op Curaçao al generaties worden geleefd zonder dat ze vaak een naam krijgen.
De gedachte ontstond uit vijftien gesprekken met Curaçaoënaars over hun leven, familie en geschiedenis. Het project Curaçaose verhalen begon niet met een definitie van Caribische wijsheid. Het team van Stichting Nos Rais ging juist op zoek naar patronen in wat mensen vertelden.
Daarin kwamen volgens de onderzoekers steeds dezelfde elementen terug: verbondenheid, gemeenschap, creativiteit, meertaligheid en de relatie met de natuur. Zeven geïnterviewden kregen uiteindelijk een centrale plaats in het project.
De aanleiding voor die zoektocht ligt ook in het slavernijverleden. Projectleider Steven de Lira vertelt tijdens de presentatie dat hij zichzelf al langer een andere vraag stelde dan de gebruikelijke vraag wat mensen door slavernij is aangedaan.
Wat was Tula, behalve zijn fysieke vrijheid, nog meer ontnomen? Welke kennis en welke manier van kijken naar de wereld hadden mensen meegenomen voordat slavernij, kolonialisme en Europese instituties bepaalden welke kennis als waardevol werd beschouwd?
Niet óf-óf, maar én-én
Mitar mitar werd een van de duidelijkste voorbeelden.
Architect Lyongo Juliana gebruikt het begrip letterlijk vanuit het eten: je hoeft niet te kiezen tussen batata en arroz. Maar voor hem staat het ook voor een bredere levenshouding. Iemand kan verschillende identiteiten, perspectieven of culturele werelden tegelijkertijd dragen zonder gedwongen te worden één kant te kiezen.
De Lira ziet daarin een antwoord op een samenleving waarin discussies steeds vaker in tegenstellingen worden gevoerd: voor of tegen, zwart of wit, lokaal of Europees.
In zijn interpretatie is juist het vermogen om twee werkelijkheden tegelijk te begrijpen een kracht.
Het project gebruikt ook het ontstaan van de steelpan in Trinidad als illustratie. Toen traditionele vormen van muziek werden beperkt, ontstond uit olievaten een nieuw instrument. Schaarste betekende niet het einde van creativiteit, maar vormde juist het vertrekpunt voor iets nieuws.
Daarmee krijgt ‘Caribische wijsheid’ een andere betekenis dan alleen het bewaren van tradities. De vraag wordt: welke vaardigheden zijn in een geschiedenis van schaarste, koloniale verhoudingen, migratie en culturele vermenging ontwikkeld – en kunnen die vandaag bewust worden gebruikt?
Tussen verschillende werelden bewegen
Een ander voorbeeld is wat binnen het project switching wordt genoemd.
Curaçaoënaars groeien vaak op met meerdere talen en culturele referentiekaders. Het gaat daarbij volgens de onderzoekers om meer dan Papiaments, Nederlands, Engels of Spaans spreken. Het betekent ook kunnen begrijpen vanuit welke culturele context iemand praat.
Tijdens de presentatie wordt het voorbeeld gegeven van een Jamaicaan en een Dominicaan die elkaars taal en achtergrond niet vanzelfsprekend begrijpen. Een Curaçaoënaar kan soms tussen die werelden bewegen en niet alleen de woorden, maar ook de grap en de culturele context begrijpen.
Dat vermogen wordt doorgaans nauwelijks als kennis of deskundigheid benoemd. In het project wordt het juist gezien als mogelijke kwaliteit in diplomatie, bestuur, internationale samenwerking en het bedrijfsleven.
Daarmee draait De Lira de gebruikelijke verhouding om. Curaçao importeert veel kennis, modellen en theorieën uit Nederland, Europa en de Verenigde Staten. Maar wat gebeurt er wanneer Curaçao ook gaat bepalen welke kennis het zelf kan exporteren?
Tijdens de presentatie wordt die vraag expliciet gesteld: kan het Caribisch gebied behalve ontvanger ook producent van kennis zijn?
Community is meer dan een marketingwoord
Ook het begrip gemeenschap krijgt in het project een andere lading.
Antropoloog Rose Mary Allen beschrijft community niet als iets dat een bedrijf opbouwt rond een merk, maar als een bestaansvoorwaarde binnen een kleine samenleving. Mensen letten op elkaars kinderen, delen kennis en houden elkaar in de gaten.
Zelfs redu – praten over anderen, roddelen – wordt vanuit die historische context bekeken. Het kan negatief worden, maar heeft volgens Allen ook wortels in een gemeenschap waarin mensen wisten wat er bij hun buren speelde en verantwoordelijkheid voor elkaar namen.
Daaruit haalt het project het begrip beneficio propio: deelname aan een gemeenschap moet ook iets opleveren voor de mensen die ervan deel uitmaken. Niet alleen financieel, maar bijvoorbeeld in kennis, zorg, ontwikkeling of sociale zekerheid.
Dat principe kan volgens De Lira ook relevant zijn wanneer scholen, bedrijven en publieke organisaties opnieuw worden ingericht.
Eenvoud is niet hetzelfde als armoede
Bij Vali Leonora komt een ander idee naar voren: simpel no ta pober – eenvoud is geen armoede.
Het gaat daarbij om kennis die niet noodzakelijk uit boeken komt. Weten hoe de grond werkt, het lichaam begrijpen, emoties herkennen en leven in relatie met de natuur worden binnen het project eveneens als kennis beschouwd.
Dat botst met een onderwijs- en waarderingssysteem waarin theoretische en formeel gecertificeerde kennis vaak hoger wordt gewaardeerd dan ervaringskennis.
Daar raakt het project aan een gevoelig punt op Curaçao: de historische overtuiging dat succes en ontwikkeling van buiten moeten komen.
Tijdens de presentatie wordt de ouderlijke opdracht aangehaald die verschillende generaties Curaçaoënaars meekregen: ga in Nederland studeren om ‘iemand te worden’. Een Nederlands diploma werd daarmee niet alleen bewijs van opleiding, maar ook van maatschappelijke waarde.
De vraag achter Caribische wijsheid is niet of Europese kennis moet worden afgewezen. Het project stelt een andere vraag: wat gebeurt er wanneer lokale kennis daarnaast dezelfde waardigheid krijgt?
Van overleven naar ontwerpen
Ook een woord waarop Curaçao graag trots is, krijgt een kritische behandeling: resilience.
Curaçaoënaars noemen zichzelf vaak veerkrachtig. Ze herstellen na crises en vinden steeds opnieuw een oplossing.
Maar in het gesprek met Joeri Oltheten wordt daar een waarschuwing aan gekoppeld. Veerkracht kan ook betekenen dat een samenleving steeds opnieuw leert leven met een systeem dat eigenlijk niet goed werkt.
Dan wordt resilience geen verandering, maar overleven.
De uitdaging is volgens die gedachte daarom niet alleen om na iedere crisis terug te veren, maar om met dezelfde creativiteit iets nieuws te ontwerpen.
Dat is misschien de meest politieke – zonder partijpolitiek te zijn – gedachte uit het project. Niet vragen hoe Curaçao zich steeds weer aan bestaande systemen kan aanpassen, maar welke systemen Curaçao zelf zou bouwen wanneer lokale ervaringen en waarden het uitgangspunt worden.
Wat kan Curaçao ermee?
Daar ligt uiteindelijk de praktische betekenis van het onderzoek.
In het onderwijs kan het betekenen dat kinderen niet alleen leren welke kennis in een boek staat, maar ook leren herkennen welke kennis thuis, in hun buurt, in taal, muziek en familiegeschiedenis aanwezig is. De Lira werkt vanuit de University of Curaçao al aan de vraag hoe die principes in onderwijs kunnen worden vertaald.
Voor organisaties en bestuur kan het betekenen dat geïmporteerde modellen niet automatisch als uitgangspunt worden genomen, maar eerst wordt gekeken of ze bij de Curaçaose context passen.
Voor jongeren kan het bijdragen aan identiteit en waardigheid: niet alleen leren over wat Curaçao is aangedaan, maar ook over wat generaties hebben ontwikkeld en behouden.
En economisch en cultureel ontstaat een andere ambitie: Curaçao niet uitsluitend zien als ontvanger van kennis en cultuur, maar ook als producent ervan.
De initiatiefnemers willen het project daarom uitbreiden naar andere eilanden en zoeken naar manieren om de verhalen via comics, muziek, digitale producties en andere populaire vormen aan jongeren door te geven.
Geen bewezen theorie
De vijftien interviews bewijzen niet dat er één afgebakende ‘Caribische wijsheid’ bestaat die voor iedere Curaçaoënaar geldt. Ook de geïnterviewden herkenden de term aanvankelijk niet altijd. De Lira benadrukt tijdens de presentatie zelf dat hij geen wetenschapper is die beweert de definitieve waarheid te hebben gevonden.
Daarmee is Caribische wijsheid voorlopig vooral een werkbegrip: een manier om anders te kijken naar alledaagse kennis die zo vanzelfsprekend is geworden dat ze nauwelijks als kennis wordt gezien.
En misschien zit precies daarin de kern van het project. Niet beweren dat Curaçao een verloren geheim heeft teruggevonden, maar opnieuw vragen wat het eiland al die tijd voor zijn neus had.
Mitar mitar dus. Niet de ene kennis vervangen door de andere. Maar ruimte maken voor allebei.





































